| « Nationale Politie | Balcony » |
Oost-Georgië, in een typisch heuvelachtig landschap op een druilerige dag. Doorweekt. Een langzaam omhoog klimmende weg lijdt naar een oud klooster. Even druilerig als de omgeving staat hij daar, al eeuwen, langzaam uit elkaar vallend vol van geloof en bijgeloof. Drie mannen van middelbare leeftijd zitten er naast aan een tafel. Overdekt door een kleine overdekking op het kerkhof. Op de in het midden staande wegrottende tafel - even schuin als gammel - ligt eten. Fel rode tomaat gemengd met komkommer liggen op een zwarte plastic zak op de hoek. De drie mannen wenken. Vochtige en sompige modder laat mijn schoenen langzaam erin zinken. Naast de zwarte zak staan nog drie doorzichtig plastic bakjes met allerlei lokaal vlees. Een half uit elkaar geplukte kip in het midden, het borstbeen steekt nog duidelijk naar voren. Vettige handen worden gedrukt.
Aan de randen van de tafel staan plastic bekers, allen in meer of mindere mate gevuld met hersenvertroebelende dranken. Met veel gebaar wordt duidelijk gemaakt plaats te nemen rondom de tafel. Ergens wordt een stoel vandaan getrokken, even gammel als de rest. Afslaan van het aanbod is onmogelijk. Communiceren ook niet, Engels wordt er door hen niet gesproken; Russisch kan ik niet. Gemakkelijk is anders, gelukkig heeft mijn medereiziger wel iets van zelfstudie Russisch gedaan.
De geur van een nat geregend bos. Meer jongeren staan met hun auto's verder op. Luide muziek klinkt uit de sterk opgevoerde auto radio's. Ditmaal geen Balkan achtige muziek. Europese muziek die overal te horen is, in elke kroeg, nation of discotheek. In elk geval in Zweden. De nieuwe vrienden hebben ook een auto ernaast staan. Een zwarte BMW met open portieren, ze draaien andere muziek, een rare mengeling van Europees en Russisch.
Het eten moet gegeten worden, vooral door ons, twee bekers per persoon worden ingeschonken. Het ene wordt gevuld vanuit een immens grote 2 liter bierfles van plastic. Lokaal merk. De andere beker met een doorzichtige vloeistof, het ruikt naar brandspiritus. In het Georgisch brengt een in een donker Adidas geklede T-shirt een toost uit. Vrede, daar drinken wij op. Althans dat is wat er op te maken valt uit de Russische vertaling. Een kalend man die naast Tito zit, kalend maar nog wel met een roodkleurig vlassig baardje en in een ruitjes overhemd - het soort van overhemd wat je voorstelt bij een houthakker - brengt nog een toost uit. Waarover, geen flauw idee. Maar weer een slok van dit brandende vuurwater wordt naar binnen geslagen. Enkel weg te spoelen met een grote slok bier.
Met een duidelijk dubbele tong en het reeds al nodige hoeveelheid alcohol in het lichaam zegt de derde man aan de tafel: "Woorden hoeven elkaar niet te begrijpen; zolang onze harten elkaar maar doen."
En anders zorgt de drank er wel voor.
Recent comments